De genezing van (generaal) Naaman de Arameeer, de bevelhebber van het Aramese leger van Damascus

(2 Koningen 5:1-19)

De genezing van Našman de ArameeŽr, de bevelhebber van het Aramese leger van Damascus, is een bijzonder inspirerende wonderverhaal. Het wordt op een geweldige boeiende manier verteld en heeft een diepe betekenis voor een Christen. Hier kunnen wij, die nu in het jaar 2001 leven, iets leren van de manier waarop een mens tot de Here God nadert. In grote lijnen komt het hierop neer: eerst wordt de hoogmoed/ trots wordt gebroken. Hierna volgt de ontmoediging voor de Here God met als resultaat, een nieuw mens.

De genezing c.q. bekering van Našman de ArameeŽr, wordt beschreven in het Bijbelboek 2Koningen 5:1-19. Dit hele gebeuren heeft ergens plaats gevonden tussen 852-841 v. Chr. In deze tijdsperiode was Joram de koning van IsraŽl (2Koningen 3:1) en profeet Elisa was de boodschapper van God. We zullen straks zien dat de profeet Elisa een zeer belangrijke rol speelt. Het betreffende citaat luidt: "Našman was de aanvoerder van het Aramese leger en omdat de Heer door hem aan Aram een grote overwinning had bezorgd, was hij zeer gezien bij de koning van Aram en werd hij door iedereen geacht. Maar deze man met zijn bijzondere kwaliteiten had een huidziekte. Nu hadden de ArameeŽrs op een van hun strooptochten een meisje uit IsraŽl buitgemaakt dat tenslotte in dienst was gekomen van de vrouw van Našman. Op een keer zei ze tegen haar meesteres: ‘Kon mijn meester maar eens de profeet ontmoeten die in Samaria woont! Die zou hem wel van zijn huidziekte genezen.’ Našman ging de koning meedelen wat het meisje uit IsraŽl had gezegd. De koning van Aram antwoordde: ’Wend je dan tot de koning van IsraŽl; ik zal je een brief voor hem meegeven.’ Našman ging dus op weg, met bij zich driehonderd kilo zilver, zestig kilo goud en tien stel feestgewaden. In de brief die hij bij zich had voor de koning van IsraŽl, stond: ‘Door middel van deze brief wil ik uw aandacht vragen voor mijn officier Našman. Wees zo goed hem van zijn ziekte te genezen.’ Zodra de koning van IsraŽl de brief had gelezen, scheurde hij uit wanhoop zijn kleren en riep: ‘Hoe kan de koning van Aram mij nu vragen iemand van zijn huidziekte te genezen? Ben ik soms een god die beschikt over leven en dood? Het is duidelijk: hij zoekt een aanleiding om mij de oorlog te verklaren.’ Toen de profeet Elisa hoorde dat de koning zijn kleren had gescheurd, liet hij hem weten: ‘Waarom hebt u uw kleren gescheurd? Stuur die man maar naar mij, dan zal hij ondervinden dat er een profeet is in IsraŽl!’ Op zijn wagen, getrokken door paarden, kwam Našman aanrijden. Hij bleef voor de ingang van Elisa’s huis staan. Elisa liet hem door een boodschapper zeggen: ‘Ga u zeven keer wassen in de Jordaan, dan krijgt u weer een gave huid.’ Woedend ging Našman weg. ‘Ik had gedacht,’ zei hij, ‘dat Elisa persoonlijk naar buiten zou komen en beleefd voor mij zou blijven staan, om daarna de naam van de Heer, zijn God, aan te roepen, met zijn hand over de zieke plek te strijken en mij zo van de huidziekte te genezen. Zijn de rivieren van Damascus, de Abana en de Parpar, soms niet beter dan alle waterstromen van IsraŽl? Om een gave huid te krijgen had ik me evengoed in de rivieren van Damascus kunnen wassen!’ En verontwaardigd keerde hij terug. Maar zijn dienaren benaderden hem en zeiden: ‘Vader, als de profeet u iets moeilijks had opgedragen, had u het zonder meer gedaan. Maar nu hij gezegd heeft: Om een gave huid te krijgen moet u zich gaan wassen, oppert u allerlei bezwaren.’ Toen liep hij de Jordaan in en dompelde zich zevenmaal onder, zoals de profeet had opgedragen. En zijn huid werd weer gaaf, zo gaaf als die van een kind. Toen keerde Našman met zijn gevolg naar de profeet terug. Nu ging hij naar binnen, bleef beleefd voor Elisa staan en zei: ‘Nu weet ik dat er op aarde geen andere god is dan alleen de God van IsraŽl! Daarom verzoek ik u een geschenk van mij aan te nemen.’ Maar Elisa antwoordde: ‘Bij de levende Heer in wiens dienst ik sta: ik neem niets aan!’ Ook na herhaald aandringen weigerde hij. Toen zei Našman: ‘Als u dan niets wilt aannemen, wees dan zo goed mij een hoeveelheid aarde mee te geven, zoveel als twee muildieren kunnen dragen. Want ik wil niet meer offeren aan andere goden, alleen aan de Heer.

…… Našman was de aanvoerder van het Aramese leger en omdat de Heer door hem aan Aram een grote overwinning had bezorgd, was hij zeer gezien bij de koning van Aram en werd hij door iedereen geacht…….

Bij het bestuderen van dit citaat valt het meteen op dat de Here God door Našman Aram overwinning had geschonken. Waarom eigenlijk? Wat was de reden dat de Here God door Našman Aram een overwinning had geschonken? Deze overwinning van Aram op IsraŽl heeft wellicht te maken met de dwaling van IsraŽl. Het kwam vaker voor dat de Here God andere volkeren als "stok" gebruikte om IsraŽl ermee te tuchtigen.

Er is echter ook nog iets anders op te merken. Als we kijken naar de Bijbel, dan zien we regelmatig dat de ArameeŽrs – ondanks dat ze hun eigen goden hadden- op een of een andere manier, als het puntje bij paaltje kwam, de God van Abraham, Isaac en Jakob, de God van IsraŽl respecteerden en eerden. Dit was ook het geval toen de knecht van Abraham naar Paddan-Aram ging om Rebbeka voor Isaac op te halen. De reactie van de ArameeŽrs BetuŽl en Laban is,, De Heer heeft het zo beslist en wij kunnen daar niet tegenin gaan" (Genesis 24:50). Ook hier weer een onvoorwaardelijke respect van de kant van BetuŽl en Laban de ArameeŽrs voor de God van Abraham, Isaac en Jakob!

Het feit dat de Here God Aram een overwinning had geschonken vanwege Našman, doet vermoeden dat Našman mogelijk de Here God kende, al wordt dit niet expliciet vermeld. Als dit waar, dan betekent dit dat naast Joden (het Gods volk) ook individuele personen uit de heidenen op een of een andere manier relatie met de Here God hadden (of op z’n minst God kenden). We zouden hierbij kunnen denken aan Job en ook aan Abimelek?, de koning van Filistijnen (Genesis 20:3-18) en misschien ook aan Benhadad van Aram? (2Koningen 8:8-10). Hieruit krijgen we een indicatie dat de Here God, naast zijn plan met IsraŽl, in het oude testament ook een plan had met de heidenen. Om nog preciezer te zijn: het feit dat ook de heidenen in het oude testament de Here God kenden, vormt een soort voorafschaduwing naar de gebeurtenissen van het nieuwe testament en de vorming van de kerk van Jezus Christus uit de heidenen. En daaruit volgt dan dat de Here God is dus voor iedereen, niet alleen voor de Joden maar ook voor de niet-Joden. De Joden hebben echter een speciale plaats bij Hem. Hij heeft hen uit de vele volkeren gekozen. Ze zijn dus Gods volk, ook vandaag de dag! Daarom mogen we als Christenen nooit vijandig handelen ten aanzien van het Joodse volk.

Zoals we hebben gelezen, was Našman de bevelhebber van het Aramese leger (Damascus). Omdat de Heer door hem Aram een grote overwinning had bezorgd, was hij zeer geliefd bij zijn koning (Benhadad) en het volk. Als je door iedereen wordt geŽerd en hoog wordt geacht, dan worden de gevoelens van trots versterkt en ongetwijfeld zal Našman ook wel trots zijn geweest. We zouden kunnen zeggen dat Našman een topgeneraal was, die door zijn kwaliteiten ArameeŽrs een groot aanzien had gegeven. Een top strateeg voor de koning van Aram met uitzonderlijke kwaliteiten.

……….. Maar deze man met zijn bijzondere kwaliteiten had een huidziekte……

Generaal Našman, een topgeneraal van het Aramese leger van Damascus, had echter een probleem. Hij was namelijk melaats (een lepra-achtige huidziekte die de huid wegteerde). Voor een persoon in zijn positie was melaatsheid schandelijk. Hoe kon hij zich op deze manier aan de mensen tonen? Dat moet voor hem vreselijk zijn geweest. Dit probleem kon hij echter niet alleen oplossen.

……..Nu hadden de ArameeŽrs op een van hun strooptochten een meisje uit IsraŽl buitgemaakt dat tenslotte in dienst was gekomen van de vrouw van Našman. Op een keer zei ze tegen haar meesteres: ‘Kon mijn meester maar eens de profeet ontmoeten die in Samaria woont! Die zou hem wel van zijn huidziekte genezen…..

Tussen IsraŽl en ArameeŽrs was altijd een soort haat -liefde verhouding! Als het volk IsraŽl ontrouw werd aan de Heer, stuurde Hij de ArameeŽrs op hen af om ze te tuchtigen. Kwamen ze weer bij de Heer, dan was er vrede met de omliggende volkeren en natuurlijk ook met de ArameeŽrs.

Zoals uit de bovenstaande blijkt, had de vrouw van Našman een slavinnetje uit IsraŽl, die ze hadden meegenomen op ťťn van hun strooptochten. Het meisje tot het huishouden van Našman en dus was ze zeker op de hoogte van de ziekte van Našman, immers je kunt zoiets moeilijk verbergen. Dit meisje speelde een bijzondere rol in het geheel door de bal aan het rollen te brengen zoals we net hebben gelezen, namelijk "Op een keer zei ze tegen haar meesteres: ‘Kon mijn meester maar eens de profeet ontmoeten die in Samaria woont! Die zou hem wel van zijn huidziekte genezen. Het meisje maakt de vrouw van Našman erg nieuwsgierig over de profeet in Samaria. De profeet in Samaria, de afgezant van de Here God, hij alleen kon de ziekt van Našman genezen.

De vrouw van Našman stelde hem hiervan op de hoogte en Našman ging met dit verhaal naar de koning van Aram (vers 4-5). De koning van Aram gaf hem als antwoord: "Wend je dan tot de koning van IsraŽl, ik zal je een brief voor hem meegeven".

De Here God zegt,, Ik eer wie Mij eren, maar wie mij verachten, zijn bij Mij niet in tel (1 Samuel 2:30).

De reis naar IsraŽl

…… Našman ging dus op weg, met bij zich driehonderd kilo zilver, zestig kilo goud en tien stel feestgewaden. In de brief die hij bij zich had voor de koning van IsraŽl, stond: ‘Door middel van deze brief wil ik uw aandacht vragen voor mijn officier Našman. Wees zo goed hem van zijn ziekte te genezen……

De zaak wordt dus op een hoog niveau opgelost, officieel en in onomwonden duidelijke woorden. De koning van Aram verzoekt dus de koning van IsraŽl om zijn onderdaan te helpen. Našman gaat naar IsraŽl met de brief van zijn koning en een grote geschenk voor de koning van IsraŽl. Dit geschenk bestond uit: 300 kilo zilver, 60 kilo goud en 10 stel feestgewaden. De geschatte waarde hiervan zal minimaal 10 Š 15 miljoen gulden zijn. (Ter vergelijking: met zoveel geld zouden er 3 grote kerken kunnen worden gebouwd). Ook de waarde van het geschenk getuigt van de liefde van de koning van Aram voor Našman. De koning van Aram wilde zeker van zijn dat zijn onderdaan werd geholpen. Hij had alles voorover om zijn generaal te genezen. Mogelijk heeft de koning van Aram zijn hele schatkist leeggehaald en als cadeau meegegeven.

Het geschenk die Našman meebracht is erg prijzig voor zo’n "ritje" naar IsraŽl. Meteen rijst de vraag van: Waarom eigenlijk zo’n dure geschenk? Ja, niet alleen omdat de koning van Aram erg veel van Našman hield. Er zal wel ook een andere reden zijn geweest voor zo’n dure geschenk! Sommigen zeggen, soms met een beetje negatieve toon, dat Našman zijn genezing wilde kopen, zeker, het zal een rol hebben gespeeld. Er is echter nog een aspect die de aandacht verdient en dat is deze: Als wij een belangrijke persoon bezoeken, waar we veel respect voor hebben, dan willen we ook een geschenk meebrengen wat in overeenstemming is met de status van zo’n persoon. Wij schamen ons ervoor om een plantje van f2.50,- mee te brengen als geschenk. Nee, je wilt je respect voor je gastheer tot uitdrukking brengen door een dure geschenk te overhandigen.

Daar Našman een overwinning op IsraŽl had behaald, was het niet nodig geweest om zo’n dure geschenk mee te brengen. Hij had hen immers overwonnen, waarom dan zo’n dure geschenk meebrengen? Door zo’n dure geschenk mee te brengen wilde Našman zijn respect tot uiting brengen voor de profeet van IsraŽl en indirect voor de God van Abraham, Isaac en Jakob.

Uit het voorgaande verhaal volgt, dat het verhaal van het IsraŽlische meisje, aan het hof van Našman, serieus werd genomen. Mogelijk zal het ook bij de ArameeŽr bekend zijn geweest dat profeet Elisa vele wonderen heeft gedaan.

Aangezien Našman een hoge aanzien had bij iedereen, zal hij niet alleen zijn gegaan. Volgens de cultuur van het Midden-Oosten is het gebruikelijk dat belangrijke mensen die op reis gaan altijd begeleidt worden door hooggeplaatste mensen. Dit zal waarschijnlijk ook het geval zijn geweest met de reis van Našman naar IsraŽl. Hij zal ook zijn officieren en andere hooggeplaatsten mee hebben genomen. Het zal wel een caravan van paarden en wagens zijn geweest met veel pracht en praal, volgens de ongeschreven wetten van die tijd. Našman zelf zal waarschijnlijk zeer goed zijn gekleed, in zijn volle statiegewaad naar IsraŽl zijn gegaan. Het was immers een belangrijke bezoek voor hem.

In de brief die Našman mee had genomen stond: "Door middel van deze brief wil ik uw aandacht vragen voor mijn officier Našman. Wees zo goed, hem van zijn ziekte te genezen" (vers 6).

Dat de brief direct aan de koning van IsraŽl is gericht en niet direct aan Elisa, heeft te maken met het feit dat Elisa officieel een onderdaan van de koning van IsraŽl is. Bij het lezen van de brief schrok de koning van IsraŽl. Het was ongelofelijk dat de koning van Aram op zo’n manier zich tot hem wendde. Aram en IsraŽl waren gezworen vijanden. Daarom was voor de koning van IsraŽl zo moeilijk te begrijpen dat de koning van IsraŽl zich zů tot hem wendde. Zijn reactie is paniekerig zoals we lezen in vers 7, namelijk: "Zodra de koning van IsraŽl de brief had gelezen, scheurde hij zijn kleren en riep: Hoe kan de koning van Aram mij nu vragen, iemand van zijn huidziekte te genezen? Ben ik soms een god die beschikt over leven en dood? Het is duidelijk: hij (de koning van Aram) zoekt een aanleiding om mij de oorlog te verklaren"

Zijn reactie is klein beetje te begrijpen, als we nagaan dat Aram en IsraŽl vele oorlogen achter de rug hadden (zie o.a. 1Koningen 11:23-35; 20:1-34; 2Samuel 10:1-19;). De beide staten sloten echter ook wel vredesverdragen met elkaar (zie bijvoorbeeld 1Koningen 10:29; 20:34). Het feit dat de koning van IsraŽl zich de vraag stelt of hij god is die over het leven en dood beschikt, geeft de ernst van de ziekte aan. Alleen de Here God kan de ziekte genezen en dat is niet weggelegd voor en sterfelijke mens. De brief van de koning van Aram veroorzaakte een grote opschudding aan het hof van de koning van IsraŽl.

image52.gif (5301 bytes) De Bijbel zegt,, Alleen u bent de Heer, u hebt de hemel gemaakt, het heelal met zijn sterren, de aarde met haar bewoners, de zeeŽn met hun vissen, u geeft alles en allen het leven. Alle leden van het hemelse hof buigen zich voor u in aanbidding neer" (Nehemia 9:6)

Našman naar de profeet Elisa.

Toen de profeet Elisa hiervan hoorde, liet hij de koning van IsraŽl weten: "Toen de profeet Elisa hoorde dat de koning zijn kleren had gescheurd, liet hij hem weten: ‘Waarom hebt u uw kleren gescheurd? Stuur die man maar naar mij, dan zal hij ondervinden dat er een profeet is in IsraŽl! (vers 8).

In tegenstelling tot de koning van IsraŽl, zal de profeet Elisa waarschijnlijk de ware reden van de komst van Našman naar IsraŽl hebben begrepen. Ondanks dat Našman IsraŽl had overwonnen, zal Našman duidelijk worden gemaakt dat zijn genezing alleen te realiseren is door de profeet van IsraŽl. Hij die IsraŽl overwonnen heeft, als bestraffing voor de opstandigheid van IsraŽl, wordt door dezelfde (onderdaan van) IsraŽl genezen en dat zal Našman duidelijk worden gemaakt, namelijk dan zal hij ondervinden dat er een profeet is in IsraŽl!

….Op zijn wagen, getrokken door paarden, kwam Našman aanrijden. Hij bleef voor de ingang van Elisa’s huis staan…

Našman ging dus naar profeet Elisa op zijn wagen, getrokken door paarden (samen met zijn onderdanen) en bleef bij de ingang van het huis van Elisa staan. Paarden symboliseren, hoge status, machtsvertoning (Ester6:9-11, EzechiŽl 23:6 ) , kracht (Job 39:32, Psalm 147:10), uitstraling van overheersen en oorlogvoering (Jesaja 43:17, Jeremia 8:6, Openbaring 6:1-8) . Toen bijvoorbeeld Jezus Christus Jeruzalem binnen kwam, reed Hij op een veulen. In tegenstelling tot paarden, straalt een veulen onschuld, vrede en roept geen argwaan of oorlogzucht uit.

Našman stapt dus niet van zijn wagen, nee hij blijft in zijn wagen en verwacht dat profeet Elisa naar buiten komt om hem te ontvangen met alle ceremonieŽn en feestelijkheden inbegrepen. Hij dacht dus bij zichzelf dat hij met pracht, praal en eer zou worden ontvangen door Elisa. Maar hierin wordt hij teleurgesteld door de profeet Elisa, want Elisa komt zelfs niet eens naar buiten om Našman te groeten en te verwelkomen. Nee, in plaats van Našman met pracht en praal te ontvangen: "Elisa liet hem door een boodschapper zeggen: ‘Ga u zeven keer wassen in de Jordaan, dan krijgt u weer een gave huid.’ Woedend ging Našman weg"

Našman zal dit ongetwijfeld als een belediging hebben opgevat, wat natuurlijk in zijn functie en ambt menselijkerwijs ook te begrijpen is, daar hij in zijn land erg geliefd was bij iedereen. Hier zien we echter de werkwijze van de Heer en van de mensen tegenover botsen. Našman wilde van zijn ziekte worden geholpen, zonder iets af te doen van zijn waardigheid als een topmilitair. Maar Našman had de ware God nog niet leren kennen om van zijn ziekte geholpen te worden. Hij laat dan ook zijn ongenoegen over de manier waarop hij door Elisa werd ontvangen, op een niet mis te verstane wijze horen zoals wij net hebben gelezen,, Woedend ging Našman weg. ‘Ik had gedacht,’ zei hij, ‘dat Elisa persoonlijk naar buiten zou komen en beleefd voor mij zou blijven staan, om daarna de naam van de Heer, zijn God, aan te roepen, met zijn hand over de zieke plek te strijken en mij zo van de huidziekte te genezen. Zijn de rivieren van Damascus, de Abana en de Parpar, soms niet beter dan alle waterstromen van IsraŽl? Om een gave huid te krijgen had ik me evengoed in de rivieren van Damascus kunnen wassen!’ En verontwaardigd keerde hij terug.

Našman voelt zich inderdaad gekwetst en is teleurgesteld. Hij had zich iets heel anders voorgesteld, dan de manier waarop hij door Elisa. Misschien had hij van tevoren het hele genezingsceremonie voor zich gestippeld. Het pakt helaas anders uit voor hem!

Zijn reactie getuigt duidelijk van hoogmoed en trots. Hij wil eigenlijk zeggen "Wij hebben een veel beter waterstromen, waarom moet ik mij in de (smerige, modderige) Jordaan wassen?". Met andere woorden, waarom moet ik op deze manier door het slijk gaan? Ja geachte lezer, de trots is hier aan de orde. Hij had gerekend op een eervolle behandeling. Hij kwam naar Elisa in het besef van eigen eer en waardigheid, met paarden en wagens. De belediging en vernedering waren heel groot voor deze krijgsheer. Hij werd niet eens begroet door Elisa en als toppunt van belediging krijgt hij de opdracht om zich te wassen in de (modderige) Jordaan. "Zijn de rivieren van Damascus , de Abana en de Parpar soms niet beter dan alle waterstromen van IsraŽl ?" Zo vraagt hij zich af. Zoals gezegd, hebben we hier met trotse Našman te maken.

Maar geachte lezers, hier zien we iets van de hoogmoed van de mens die uit is op eigen naam, op eigen belang, op eigen eer en niet wil buigen voor de Heer. Našman moest dus leren gehoorzamen en zich buigen voor de Here God. En dat brengt veel pijn en leed met zich mee. Van pijn en leed wist Job heel veel! Hij zegt "God gebruikt het lijden om de ogen van de mens te openen " (Job 36:15). Maar na het lijden, pijn en vernederen, komt de zeggen van God. En de zeggen is vele malen groter dan het lijden (2Korintiers 7:8-12). Voordat de mens tot de Here God nadert, moet eerst zijn trots en hoogmoed worden gebroken. De Here God kan niets beginnen met trotse mensen, daarom zegt de profeet David,, U breekt de trots van de mensen" (Psalm 76:11, zie ook Jesaja 13:11).

Zoveel pijn en leed had Našman wellicht nog nooit in z’n leven meegemaakt. Maar om te worden genezen door de God van Abraham, Isaac en Jacob, was ontmoediging en het breken van eigen trots onontbeerlijk.

image51.gif (6583 bytes) De Bijbel zegt,, De Here God doet grootse, onbegrijpelijke dingen, verricht ontelbare wonderen" (Job 9:10)

….. Maar zijn dienaren benaderden hem en zeiden: ‘Vader, als de profeet u iets moeilijks had opgedragen, had u het zonder meer gedaan. Maar nu hij gezegd heeft

Našman was dus zo beledigd dat hij besloot om naar huis te gaan, want zegt hij Om een gave huid te krijgen had ik me evengoed in de rivieren van Damascus kunnen wassen!. Maar zijn dienaren proberen hem op andere gedachten te brengen om toch naar de Jordaan te gaan en zich daarin zevenmaal te dompelen. Ze spreken hem aan met: "Vader, …..

Dat Našman inderdaad zeer geliefd was, wordt ons duidelijk door de manier waarop zijn dienaren hem aanspreken, namelijk met: "Vader". Zijn dienaren houden van hem en proberen hem op andere gedachten te brengen. Našman besluit om naar zijn dienaren te luisteren. Hier zien we het spreekwoord werkelijkheid woorden: "De mensen die je laten huilen zijn je vrienden, en niet de mensen die je laten lachen (dat zijn je vijanden) "

Onderdompeling in de Jordaan.

……Toen liep hij de Jordaan in en dompelde zich zevenmaal onder, zoals de profeet had opgedragen. En zijn huid werd weer gaaf, zo gaaf als die van een kind…..

Met veel tegenzin, gemopper en geklaag besluit Našman om maar toch naar de Jordaan te gaan en zich daar in te dompelen. Hij moet zich zeven keer onderdompelen, alsof het voor Našman een keer onderdompelen al niet erg genoeg is. Het zal voor Našman heel pijnlijk zijn geweest om zich zevenmaal te dompelen in de modderige Jordaan. Stel je eens voor: Je bent een zeer beroemde bevelhebber van het leger en opeens moet je, in het bijzijn van je onderdanen, je dompelen in modder. Je moet uiteraard eerst je kleren uittrekken. Je bent dan naakt! Ik denk dat je je verschrikkelijk zult schamen. Hiervoor is dus moed nodig om jezelf zo te vernederen. En dat is heel moeilijk!

Maar het resultaat is niet mis! ‘En zijn huid werd weer gaaf ‘. Zo wil God van ons hebben dat we totaal afhankelijk zijn van Hem. Hiervoor moeten we dus onze trots breken en God leren gehoorzamen, dan zal de beloning ook heel groot zijn. Met hoogmoedigen kan God niets mee. Ze moeten eerst zich voor Hem vernederen, want ook Jezus Christus heeft zich vernederd. Ja, Hij werd als een lam naar de slachtbank gebracht. Gods zoon heeft dus ons een voorbeeld gegeven.

jezus4.jpg (88747 bytes) De Bijbel zegt,, De Heer staat aan uw kant, zolang u Zijn kant kiest. Als u hem zoekt, laat Hij zich vinden, maar laat u Hem in de steek, dan laat Hij ook u in de steek" (2 Kronieken 15:2)

Waarom zevenmaal?

We hebben net gelezen dat Našman zich zevenmaal heeft moeten onderdompelen in de Jordaan. We kunnen ons afvragen waarom Našman zich zevenmaal moest onderdompelen? Waarom niet driemaal of zesmaal? In de Bijbel komt het getal zeven wel vaker voor. Het getal zeven is een goddelijke getal, het spreekt van volmaaktheid, volledigheid, totaliteit. Het getal van een mens is zes. Het getal van antichrist is 666 (Openbaring 13:18) en is dus een menselijke getal. Bijvoorbeeld: De zeven sterren = de engelen van de zeven gemeenten (openbaring 1:16,20). De zeven kandelaars = de zeven gemeenten (Openbaring 1:13,20). De zeven vurige fakkels = de zeven Geesten van God (openbaring. 4:5). Het getal zeven is dus volmaaktheid.

Om totale genezing te krijgen, moest Našman zich zevenmaal onderdompelen. Hij moest volledig ondergaan, van de oud Našman mocht niets meer overblijven. Hij moest een volkomen nieuwe mens worden. We zouden kunnen zeggen: Hij moest herboren worden (Johannes 3:3).

Našman gaat terug naar Elisa.

…….Toen keerde Našman met zijn gevolg naar de profeet terug. Nu ging hij naar binnen, bleef beleefd voor Elisa staan en zei: ‘Nu weet ik dat er op aarde geen andere god is dan alleen de God van IsraŽl!

Wat een grote verschil met het eerste bezoek van Našman aan Elisa! Toen wilde hij niet eens van zijn wagen afstappen. Nee, in zijn hoogmoed en trots verwachtte hij dat de profeet Elisa naar hem zou komen om hem feestelijk binnen te halen. Maar na zijn bekering gaat hij naar het huis van Elisa en blijft daar beleefd staan. Hij beleef niet op zijn wagen zitten te wachten om feestelijk binnengehaald te worden, zoals de eerste ontmoeting, nee hij gaat heel beleefd naar het huis van Elisa (lopen). Hier zien we de bekeerde en gehoorzame Našman! Našman, de ArameeŽr heeft nu de ware God leren kennen! Hij weet nu, hoe hij zich moet gedragen. Voor de wereld was eerst Našman een hoog persoon, maar voor God was hij een hoogmoedige /trotse persoon. Nu hij zich vernederd heeft, is hij een kind van God geworden. Hier wordt de uitspraak van Here Jezus Christus werkelijkheid: "Wie zich verhoogd, die zal zeker vernederd worden en wie zich vernederd, zal verhoogd worden " (MattheŁs 23:12). En in Jacobus 4:6 lezen we: "God keert zich tegen de hoogmoedigen maar Hij is goed voor wie zich voor Hem buigen.

Inderdaad, Našman was eerst hoogmoedig en op die manier kon hij niet worden genezen. De genezing zou plaats vinden op de voorwaarden die door God waren gesteld. Našman had de enige God leren kennen! Daarom wilde hij graag iets voor doen, wat natuurlijk zeer begrijpelijk is. Hij wilde de Here God bedanken en daarom bod hij een geschenk aan Elisa.

…….Daarom verzoek ik u een geschenk van mij aan te nemen.’ Maar Elisa antwoordde: ‘Bij de levende Heer in wiens dienst ik sta: ik neem niets aan!’ Ook na herhaald aandringen weigerde hij…..

Als je genezen bent van zon’n vreselijke lepra-achtige ziekte, dan wil je natuurlijk ook iets voor terugdoen. Je bent dan zo emotioneel, zo blij en zo enthousiast dat je graag iets terug voor wilt doen om je dankbaarheid te onderstrepen. In het begin hebben we gezien dat het geschenk wat Našman mee had gebracht nogal een dure geschenk was en dat getuigt van de ernst van de situatie. Našman nam de zaak erg serieus en had ook wat voor over.

engel1.jpg (17866 bytes) De Bijbel zegt,, Alle wijsheid komt voort uit ontzag voor de Heer. Wie geen ontzag heeft voor God, minacht ook de levenswijsheid en laat zich niet leiden" (Spreuken 1:7)

Ik neem niets aan.

Dat is het antwoord van de profeet Elisa aan Našman. Hoe verleidelijk het geschenk van Našman ook was, wilde Elisa het niet aannemen. Om dit te bekrachtigen zegt Elisa: "Bij de levende Heer....... ik neem niets aan!". Hij is heel resoluut in zijn besluit en wil echt niets voor terug hebben. Maar de vraag is, waarom nam hij het geschenk eigenlijk niet aan? Wel, geachte lezer, hierachter schuilt het fundament van het Christelijke geloof. Wij moeten namelijk leren dat Gods genade geheel gratis is. En dat moest ook Našman leren. Je kunt het niet kopen en je kunt het niet verdienen, de zeggen komt alleen van boven. Het is puur de goedheid van de Here God, dat Hij ons vergeeft en ons geneest. Vandaar dat wij moeten leren inzien, dat we uit onszelf niets kunnen, maar dat alles uit Gods genade komt. We kunnen het niet verdienen of kopen, maar we krijgen gratis van God. Jezus Christus zegt U hebt het voor niets ontvangen, geeft het voor niets ‘ (MatteŁs 10:8-9). Een geweldige man als Elisa zal ongetwijfeld de betekenis van Gods genade heel goed hebben begrepen. Aan de andere kant, de betrouwbaarheid van de dienaar van de Heer dient buiten alle twijfel verheven te zijn. Het dienen van de zaak van de Heer mag ook niet als een middel zijn om rijk te worden (1 TimoteŁs 6:5).

Een nieuwe leven voor Našman

Našman wilde kost wat het kost de God van IsraŽl gaan dienen. De profeet wilde zijn geschenk niet aannemen, maar Našman wilde toch iets doen. Hij wilde graag een nieuwe leven leiden en wilde in de toekomst alleen de God van IsraŽl dienen. "Toen zei Našman: ‘Als u dan niets wilt aannemen, wees dan zo goed mij een hoeveelheid aarde mee te geven, zoveel als twee muildieren kunnen dragen. Want ik wil niet meer offeren aan andere goden, alleen aan de Heer."

Našman heeft met de grond die hij uit IsraŽl meekreeg vermoedelijk een altaar laten bouwen om zijn offer voor de Here God van IsraŽl te slachten.

De Bijbel zegt,, Vertrouw op de Heer met heel je hart en wees niet eigenzinnig.  Houd de Heer voor ogen bij alles wat je doet, dan baant hij voor jou de weg.  Wees niet eigenwijs, heb ontzag voor de Heer en ga het kwaad uit de weg.  Het zal je goeddoen, het is als balsem op een wond, het zal je pijnen verzachten" (Spreuken 3:5-8) image50.gif (4756 bytes)

Conclusie

Ik geloof dat de bekering van Našman een prachtige voorbeeld is voor ons allemaal. Hieruit kunnen wij iets leren. We kunnen leren hoe we dichter tot de Here God kunnen naderen zodat we een leven kunnen leiden in overeenstemming is met Zijn wil. Dit kan echter niet op de door ons gestelde condities, maar op de condities die door de Here God worden gesteld.

Geachte lezer, in Lucas 4:27 doet onze Here Jezus Christus een zeer interessante uitspraak. Hij zegt namelijk,,En in de tijd van de profeet Elisa waren er in IsraŽl veel mensen die melaats waren. Toch kreeg geen van hen weer een gave huid behalve Našman, de SyriŽr (= ArameeŽr).

Sta eens hier even stil: Našman de ArameeŽr = Našman de SyriŽr (= Suryoyo= Suryani)

Bovenstaande citaat is wel erg opmerkelijke citaat, of niet soms? Ik bedoel waarom haalt onze Here Jezus Christus de genezing van Našman de ArameeŽr als voorbeeld aan? Ja, niet alleen om de luisteraars iets te verduidelijken over de ongehoorzaamheid van het volk IsraŽl. Met andere woorden waarom Našman en niet iemand anders? Waarom niet iemand als bijvoorbeeld Job die veel meer heeft geleden dan Našman? Waarom wilde Abraham koste wat het kost een meisje voor zijn zoon halen van de ArameeŽrs van Paddan? (Genesis 24:1-66). Nogmaals, waarom? Waarom kreeg het volk IsraŽl het gebod om elke keer Deutronomium 26:5 in de tegenwoordigheid van de Heer te herhalen? Wat is de achtergedachte van al deze zaken? Of is dit alleen maar samenloop van omstandigheden?

------------Paar vragen aan de lezer-----------

  • Zijn wij ook bereid om ons voor de Here God te buigen, zoals Naaman?
  • Willen wij onze eigen trots bereken?
  • Willen we eigenlijk wel God leren kennen en gehoorzamen?
  • Willen we belangeloos in dienst van God staan of zijn we op onze eigen naam, eer, trots en winstbejag uit?
  • Zijn wij als ArameeŽrs bereid om echte navolgers van Našman de ArameeŽr te worden?
  • Zijn we echte ArameeŽrs in woord en daad?
  • Noemen wij ons Christen, omdat we als Christen zijn geboren? Of zijn we Christen omdat we herboren zijn ? (Johannes 3:3)
  • Zijn we Christenen, omdat we in God geloven? Ja, maar ook de duivelse geesten geloven in God, en die sidderen uit angst voor Hem (Jakobus 2:19-20)
  • Zijn we Christenen, omdat we geloven dat we Christenen zijn? Of Zijn we Christenen omdat we een nieuwe schepping zijn met Christus? (2Korinties 5:17)
  • Hebben wij onszelf wel onderzocht (getoetst) aan Gods woord? (2Korintiers 13:5) Hoe kunnen we anders oordelen dat we fout of goed doen? (Romeinen 12:2)Zijn we Christenen, omdat we leven in overeenstemming met het evangelie? (Filipenzen 1:27). Of zijn we Christenen omdat we ons houden aan de uiterlijke vorm van onze godsdienst? (2TimoteŁs 3: 5) Waar blijft de kern ervan?
De Bijbel zegt,, Zoek je vreugde bij de Heer, dan vervult Hij iedere wens. Leg je leven in Zijn handen, vertrouw op hem, Hij stelt je niet teleur. Hij zal het voor je opnemen, Hij zal je recht doen; je zult stralen als het morgenlicht, als de zon midden op de dag.  Wees stil en wacht, wacht op de Heer. Wees niet jaloers op wie in het leven slagen, op wie hun boze plannen zien lukken.  Wees niet jaloers, pas op voor woede, verbittering, dat brengt alleen maar ellende (Psalm 37:4-8).

 

Geachte lezer, laten we alstublieft het voorbeeld van Našman de ArameeŽr volgen en de Here God met hart, ziel, verstand en volkomen overgave gehoorzamen.