|
De getuigenissen van de briljante geleerden van de Syrische Kerk van Antiochië omtrent de synonymie: Arameeërs/Syriërs
In het prille begin van het Christendom waren de Arameeërs geografische onderverdeeld in Oost- Arameeërs; diegenen woonachtige in Perzische rijk en West- Arameeërs; diegenen woonachtige in de Romeinse rijk. Zowel de West- Arameeërs als voor de Oost- Arameeërs was Antiochië de kerkelijke jurisdictie. In 424 de begonnen de Oost- Arameeërs een meer onafhankelijke positie in te nemen ten opzichte van de Syrische orthodoxe kerk van Antiochië, de moeder kerk. Omtrent deze afscheiding zegt professor Sebastian Brock in deel II van De Verborgen Parel,, ,, Na de sporadische vervolgingen in de eerste helft van de vierde eeuw, werden deze van 340-370 onder Shapur II algemeen, en men schat dat er meer dan 16.000 Christenen gestorven zijn, waaronder, in 344, de metropoliet van Seleucia- Ctesifon. Na een periode van betrekkelijke rust, begonnen de vervolgingen opnieuw in 420, en in 446 (het beruchte bloedbad in Kirkuk); en een paar jaar later weer, toen er misschien wel 153.000 Christenen in Mesopotamië en Armenië werden gedood, en na 540. Onder deze omstandigheden (= vervolging, dreiging) is het wellicht begrijpelijk, dat er op een synode in 424 besloten werd, dat de Katholikos van het oosten, en niet de Patriarch van Antiochië, die een burger was van het Romeinse rijk, verantwoordelijk was voor alle zaken betreffende discipline en geloof binnen de Perzische Rijk. (De titel Patriarch werd overigens pas in 498 formeel door de Katholikos aangenomen). Het verlangen om zich van hun westerse medebroeders in het geloof te distantiëren, kan ook gedeeltelijk verklaring waarom men zo enthousiast was over de theologische leer van Theodorus van Mopsuestia (350-429), wiens geschriften in het westen verdacht geworden waren door de afzetting van zijn minder begaafde leerling Nestorius tijdens de concilie van Efeze in 431. ” De Oost- Syrische kerk van Perzie raakte in de loop van de tijd bekend als,, ,, De (Syrische) Kerk van het Oosten” of “De Oost- Syrische kerk” of ,, De Kerk van Seleucia” of ,, De Kerk van Perzie”. Sinds 1976, na de moord op de patriarch Mar Isaiah Shamun, werd de naam van deze kerk veranderd in,, De Assyrische Apostolische Kerk van het oosten”. Ongeachte de theologische verschillen; als het op de Aramese oorsprong van ons volk aankwam; waren de geleerden van beide kanten unaniem met elkaar eens en was geen discussie omtrent deze kwestie. Hieronder treft U aan de getuigenissen van deze geleerden: (Het moge U bekend zijn dat in onze dagen de nationalistische/fanatici proberen met alle mogelijke middelen om onze goed gedocumenteerde erfgoed te vervalsen door te beweren dat het woord "Syrisch" een afkorting is van het woord "Assyrisch" en vandaar proberen ze alle Syrische denominaties, tegen hun wil, in tegenstrijd met de historische feiten en valselijk te bestempelen als "Assyriers". Neem alstublieft zorgvuldig kennis van de onderstaande getuigenissen van de briljante geleerden van de Syrische Kerk van Antiochië (West en Oost- Syrisch) die allemaal getuigen van de Aramese oorsprong van ons volk. Wanneer de Westerse geleerden in het verleden de werden van deze geschiedkundigen zorgvuldig hadden bestuurd; dan zouden ze zeer waarschijnlijk de mythische namen "Chaldeeërs" en "Assyriers" niet hebben uitgevonden waardoor ons volk werd gesplitst en tegen elkaar opgezet). |
De briljante geleerden van de Syrische Kerk van Antiochië omtrent de oorsprong van het Aramese volk.
|
De geleerden van de Oost-Syrische (‘Nestorians’) kerk (Sinds 1976 veranderd in: ‘De Assyrische Apostolische Katholieke Kerk ”) |
The scholars of the West-Syrian Church |
||
|
De eerste bisschop (= papa) van Seleucia- Ctesiphon was ingewijd in 291 na. Chr.
Simon Bar Sabbae († 344), was bischop en de tweede Catholicos van Seleucia- Ctesiphon na Papa. Hij werd vermoord door koning Shapur II. Over de martelaarschap van Bar Sabbae en zijn metgezelen lezen we:
“Beth- Oromoye” = “Beth- Aramaya” is het gebied in de omgeving van de Oost- Aramese patroirachele zetel van Seleucia- Ctesiophon. Het is zeer pijnnlijk om te zien dat vanwege nationmalistische/fanatice redenen, de naam van de vroegere Oost- Syrische kerk is veranderd in "Assyrische Apostolische kerk van het Oosten". Zeer triestig!
In Syrisch (Aramese) tekst uit 7e eeuw, lezen wij over de relatie tussen de bisschop van Syrië, Isho Yahb, en de Perzische Koning Khosrau II. Parvez (590-628): “Yeshu Yahb werd respectvol behandeld gedurende zij leven, door de koning zelf en zijn twee Christelijke vrouwen, Shirin de Aramese en Mary de Griekse”.
“Mor Yeshu'zkho de Aramese episcopos van (de stad) Seleucia…… Over de Katholicos-Patriarch Dodyeshu zegt dezelfde schrijver: ,, Dodyeshu ' de Arameeër….” Het verbazingwekkende feit is dat deze Patriarch van de Oost-Syrische kerk het woord,, Arameeërs” gebruikt ter identificatie van ons volk van de (“Nestoriaanse) kerk van het Oosten, in plaats van het gebruikelijke woord “Syriërs” ter aanduiding van ons volk. Het is daarom buitengewoon triest om te zien, dat de naam van de Oost-Syrische (‘Nestoriaanse’) kerk sinds 1976 is veranderd in “Heilige Apostolische Katholieke Assyrische kerk van het oosten,” terwijl vele kerkvaders van deze gemeenschap van hun Aramese oorsprong getuigen. Over de beroemde bisschop Isaak de Syriër (of: Isaak van Nineveh ? 700) zegt hij: ,, Deze bruikbare Mimro (sermoen) van Isaak de Syriër is klaar, Zijn gebeden zij met ons.” Patriarch Timoteus gebruikt het woord “Syriër” hetgeen duidelijk maakt dat voor deze geleerde het woord Syriër en Arameeër synoniemen zijn voor een en dezelfde volk.
“Wij weten dat Abraham een Syriër was”
“De Griekse vertaling [= Septuagint] noemt iedere Aram en Arameeërs ‘Syriër’. Als gevolg hiervan werd Aram de vader van de Syriërs. Om deze reden werden degenen, die in Mesopotamië leefden, Arameeërs genoemd.”
“Voorheen werden de Syriërs ‘Arameeërs’ genoemd, maar toen ze onder heerschappij van (koning) Cyrus kwamen, werden ze Syriërs genoemd.” Bar Bahlul zou wellicht ontstemd zijn als hij geweten zou hebben, dat de naam van zijn kerk in 1976 in Katholieke Assyrische kerk van het Oosten veranderd zou worden.
"Abu Mansur Sa'id regeerde de gebieden van Beth Oromoye." Over Al-Hajjaj zegt hij: ”Al-Hajjaj gaf de opdracht zodat Christenen geen enkel kerkleider zullen inwijden en de kerk van het Aramese land bleef zonder overhead tot de dood van Hajjaj.”
,, Sprekend over de tekst hetgeen was geschreven in Grieks, Hebreeuws en Latijn en geplaatst boven het hoofd van Christus; er was geen Aramees geschreven op de tablet; daar de Arameeërs of Syriërs geen deel hadden in (het vloeien) van Christus’ bloed; maar alleen Grieken, Hebreeërs en Romeinen; Herodes de Griek en Kajafas de Hebreeër en Pilatos de Romein. Vandaar, toen de Abgar de Aramese koning van Mesopotamië (hiervan) hoorde, werd hij toornig.......... De oost-Aramese “Chaldese” schrijvers
In zijn woordenboek “Schat van de Syrische Taal” (1897) zegt hij[11]:
,, De algemene brief aan de Syrische broeders die Nestorianen worden genoemd”
In zijn boek “Chaldo en Athur” schrijft hij[13]: Zij (= Syriërs) werden Arameeërs genoemd vanwege hun relatie met Aram, de zoon van Sem, die zich in dit land vestigde het bevolkte met zijn nakomelingen”.
“De eerste bewoners van Tur Abdin ware Arameeërs, daar het hele berg Masios bewoonden… “
“Alle Oost en West Syriërs werden Arameeërs genoemd; dat wil zeggen de kinderen van Aram”.
Voetnoten [1] The Chronicle of Arbela, translated by Peter KAWERAU, english translation by Timothy KRÓLL LOVANII IN ÆDIBUS E. PEETERS 1985 p.26 [2] Syriac Manuscripts from the Vatican Library; Volume 1, VatSyr. 161, number 3. Martyrdom of St. Simeon (Symeon bar Sabba‘e), Bishop of Seleucia and Ctesiphon, and his companions. Fol. 20a. p.40, 46, 48 [4] Hanna Aydin, Die Syrisch- Orthodoxe Kirche von Antiochien, Ein geschichtlicher Uberblick” Bar Hebrraus Verlag Glane- Losser 1990, p.33-35. [5] His book "Scholion", printed in 1910 in Paris, p. 113 [6] His book "The light of the world", printed in Louvian, Belgium in 1950, page 16 [7] R. Duval (ed.), Lexicon Syriacum, Paris, 1888-1901, under "Suryoyo" [8] see [4] [8.1] Elie, Enque de nisibe chronologie, p.142 [9] The Book of the Bee, edited and translated by Earnest A. Wallis Budge, M. A. [Oxford, the Clarendon Press] 1886, chapt. XXIII, p. 38, 99 [10] see [4] [11] Treasure of the Syriac Language by Thomas Audo Metropolitan of Urmia, Part I-II. ND Verlag Bar Hebräus, Losser-Holland 1985, preface [12] see [4] [13] Sa Grandeur Mgr. Addai Scher, De La Chaldee Et De L’assyrie Vol. 2, (Imprimerie Catholique, Beyrouht, 1913), 5 [13.1] Quoted by bishop Julius Cicek in his introduction of Suleyman Hinno's "Gunhe d-Suryoye d-Tur Abdin", Bar Hebräus-Verlag, 1987 [14] Asmar Al-Khoury: History of the Syriac people in Beth Nahrin, part I, Sweden 1988 [14.1] Bishop J.E. Manna, Chaldean-Arabic Dictionary, Babel Center Publications. Beirut 1915, p. 11-21 [14.2] see [4] |
“.. en daar eindigde de constructie van de Aramese filosoof”
“Dokter die in barmhartigheid het meisje genas die een dochter van de Arameeërs is; genees onze zielen”
"De donkerheid van de wereld en zwartheid van Abgar, de zoon van de Arameeërs, de wereld van donkerheid werd licht door Abgar in Christus"
"De dochter van de Arameeërs, ofschoon terughoudend, hoorde zijn leer".
"Twee kostbare Parels, die een sieraad vormden voor de bruid van mijn heer Abgar, de zoon van Arameeërs ,
In een van zijn schriften zegt hij[3]: "De term roeren of mengen wordt in de meeste boeken geschreven door onze kerkelijke vaders, ongeacht of ze Arameeërs of Grieks zijn".
Zijne Heiligheid Patriarch Michael de Groot reviseerde het levensverhaal van St. Abhai in 1185.
"In de dagen van de Katholikos Babai de ketterijen van de discipelen van Paulus van Samosata en Diodorus uit Tarsus staken de kop op in het land van Beth Oromoye".
“Het is op deze manier, dat wij Arameeërs, dat wil zeggen Syriërs…”
"De Syrische taal, dat is het Aramees".
"Het jaar achthonderd en zestien: De Romeinen richtten een ravage aan in het hele Perzische territorium van Nisibin tot aan de grenzen van Beth Aramaye, moorden, vernietigen, gevangen nemen en plunderen".
"Hij ging naar het binnenland van Beth Aramaye, dat was onderdompelt in alle soort kwaden van toverij en wijdde zich in toverij en alle soorten duivelse trucjes"
"... het land die de taal spraak van de kinderen van Aram"
"Voor wat de mensen die (een Syrische) vrouwen trouwden, Syrische kinderen verwekten, en vermengde met de Syriërs en van wie niemand in staat was om te onderscheiden van de Arameeërs, kwam hij snel over hen te weten".
"Figuurlijk noemen iedereen 'Syriërs' die Aramees spreken, zowel ten westen alsmede ten oosten van Eufraat, vanaf de Middlelandse zee tot aan Perzie... Urhoy (= Urfa) is de thuisland van van de Syrisch- Aramese taal.'
"Mor Philoxinos zei ook dat de vertaling van de Bijbel word genoemd "De Simpele (Peshitta)", hetgeen was vertaald in ons Aramese taal door Agolas en Soomkhos"
“De kinderen van Sem zijn ..... de Chaldeeërs, de Ludiërs en de Arameeërs welke de Syriërs zijn, de Hebreeërs en de Perzen.” Dezelfde schrijver zegt over de Mesopotamische geschiedenis:[12] “De koninkrijken, die in de oudheid zijn gevestigd door ons ras, de Arameeërs, namelijk de nakomelingen van Aram, en Syriërs werden genoemd….” Deze grote geleerde uit de 12e eeuw beschouwt de hele Mesopotamische geschiedenis als een deel van de Aramese geschiedenis.
"Hij stuurde uit diegenen die met Adai waren om te preken in Beth Aramaye" Omtrent de vervolging van de Christenen in Perzie in 339-379 zegt hij: ".. De 40 jaren onafgebroken vervolging in het land van de Arameeërs"
"U heeft mij niet gecorrumpeerd in de barbaarse, heidense astrologie, maar U heeft mij gebracht naar de elegante Aramese- Syrische natie"
"... laat dit boek een religieuze vriend zijn voor de lezer, of het nu Moslim, Hebreeër of Arameeër of een man behorend tot een vreemd land.'
Het is uiterst merkwaardig, dat hij hier spreekt van ‘Syriërs’ en niet van ‘Arameeërs’, hetgeen aangeeft, dat de synonymie tussen ‘Arameeërs’ en ‘Syriërs’ welbekend was bij deze kerkvader. Er was simpelweg geen discussie omtrent deze synonymie. Voetnoten [1] (C.W. Mitchell, S. Ephraim's Prose Refutations of Mani, Marcion and Bardaisan (2 vols.; London & Oxford: Williams & Norgate, 1912 & 1921), vol. II, p. 225) [1.1] (See Sidney H. Griffith, "Julian Saba, `Father of the Monks' of Syria," Journal of Early Christian Studies 2 (1994), esp. pp. 201-203) [1.2] (C.W. Mitchell, S. Ephraim's Prose Refutations of Mani, Marcion and Bardaisan (2 vols.; London & Oxford: Williams & Norgate, 1912 & 1921), vol. II, p. 225. See O. G. von Wessendonk, "Bardesanes and Mani," Acta Orientalia 10 (1932), pp. 336-363) [1.4] See Priest Joseph Demir, Pentiqotho, 1981 Heilbronn, p. 202 [2] See Joseph P. Amar, A Metrical Homily on Holy Mar Ephrem by Mar Jacob of Sarug (Patrologia Orientalis, vol. 47, fasc., 1, no. 209; Turnhout: Brepols, 1995), #48, pp. 37ff. [2.1] Syriac Manuscripts from the Vatican Library: Volume 1, VatSyr. 117 number 108. On Addai the Apostle and Abgar the King of Edessa. Fol. 268a, p. 537 [2.2] Words, Texts And Concepts Cruising The Mediterranean Sea: Studies On The Sources, Contents And Influences Of Islamic Civilization And Arabic Philosophy And Science : Dedicated To Gerhard Endress On His Sixty Peter Bruns' Ein Memra des Jakob von Serug Auf Edessa und Jerusalem, p. 546 [2.3] see [2.2] p. 549 [2.4] Text tr. A. Roberts and J. Donaldson (eds.), Ante-Nicene Fathers, vol. 8 (1886); See Syriac Manuscripts from the Vatican Library: Volume 1, VatSyr. 117, number 224:On Shmona and Gurya. Fol. 551a, p. 1099 [4] Syriac Manuscripts from the Vatican Library; Volume 1, VatSyr 37: Life of St. Abhai, Bishop of Nicea. Fol. 144b (156b), p. 314, 315 [5] Syriac Manuscripts from the Vatican Library; Volume 1, VatSyr 135, number 6: A letter by Bishop Simeon of Beth Arsham concerning Barsauma and the heresies of the Nestorians. Fol. 24a , p. 56
[6] Saint James of Edessa his "History", p. 293 [7.1] see [7], p. 163 [7.2] see [7] p. 225 [7.2] see [7] p. 226 [8] Chabot Edition, Mar Michael the Great his "History" about Patriarch Mar Dionyius Telemheery , page 522-524 [9] Monk Anton of Tigrit "The knowledge of Eloqeunce", Chapter 5 [10] The Bishop Moses Bar Kepha: "The Six Days", First article, Chapter 44, Chapter 45, 2e article, Chapter 45 [11] A. Mingana, The work of Dionysius Bar Salibi against the Armenians, in Woodbrooke Studies, Vol.4, (Cambridge, 1931) p. 54 [11.1] A. Mingana, A Treatise of Bar Salibi Against the Melchites (Cambridge, 1931), p. 57 [12] Syriac text of Chabot edition, published in Paris 1899-1918, p. 3 [12.1] see [12], p. 23 [12.2] see [12], p. 748 [13] Bar Hebraeus, The book of the Rays, by the Syriac Federation of Sweden, 1983, preface [13.1] Bar Hebraeus, The Laughable Stories, written off by Bishop Julius Cicek, Verlag Bar Hebräus, Losser-Holland 1984, preface [13.2] World Chronicle of Bar Hebraeus, written off by Malphono Barsaumo Dogan, Verlag Bar Hebräus. Losser-Holland 1987, p. 5 |
|
De leeuw en de Vos Al de bovenvermelde geleerden getuigen van hun Aramese/Syrische (= Suryoye) oorsprong. Desondanks heb je vandaag de dag sommige mensen die proberen, in de navolging van de mythen en legenden uitgevonden door de westerse missionarissen, om de culturele origine van ons volk te ontkennen of te vervormen door het verspreiden van een behoorlijke hoeveelheid desinformatie. Dergelijke gedrag kan het best worden beschreven door een Aramese spreekwoord (uit Tur Abdin) die luidt als volgt,, Het Fundament gelegd door de Leeuwen is veranderd in chaos (anarchie) door de vossen” |
|
Externe bewijzen
In
de 3e eeuw voor Christus werd de Hebreeuwse Bijbel (Oude
Testament) vertaald naar het Grieks. Deze vertaling werd “Septuagint”
(afgekort “LXX”) genoemd. In de Septuagint werden de termen “Aram”,
“Arameeërs”, “Aramees”
en “Aram-Naharaïm”
vertaald met “Syrië”,
“Syriërs”, “Syrisch”
en “Mesopotamië”. Deze synonymie was ook bekend bij de Griekse historicus Posidonius (150 v.Chr.) die zegt,, Het volk dat wij (Grieken) Syriërs noemen, wordt door de Syriërs zelf Arameeërs genoemd, omdat de mensen in Syrië Arameeërs zijn. Dit wordt herhaald door de Griekse historici Posidonius (2e eeuw voor Chr.), Strabo (Ca. 63 voor Chr.), de Joodse historicus Flavius Josephus (1e eeuw na Chr.) en anderen die allemaal getuigen van het feit, dat het volk dat door de Grieken Syriërs werd genoemd, zich Arameeërs noemde. |