De getuigenissen van de briljante geleerden van de Syrische Kerk van Antiochië omtrent de synonymie: Arameeërs/Syriërs

English Version

In het prille begin van het Christendom waren de Arameeërs geografische onderverdeeld in Oost- Arameeërs; diegenen woonachtige in Perzische rijk en West- Arameeërs; diegenen woonachtige in de Romeinse rijk.

Zowel de West- Arameeërs als voor de Oost- Arameeërs was Antiochië de kerkelijke jurisdictie. In 424 de begonnen de Oost- Arameeërs een meer onafhankelijke positie in te nemen ten opzichte van de Syrische orthodoxe kerk van Antiochië, de moeder kerk. Omtrent deze afscheiding zegt professor Sebastian Brock in deel II van De Verborgen Parel,, ,, Na de sporadische vervolgingen in de eerste helft van de vierde eeuw, werden deze van 340-370 onder Shapur II algemeen, en men schat dat er meer dan 16.000 Christenen gestorven zijn, waaronder, in 344, de metropoliet van Seleucia- Ctesifon. Na een periode van betrekkelijke rust, begonnen de vervolgingen opnieuw in 420, en in 446 (het beruchte bloedbad in Kirkuk); en een paar jaar later weer, toen er misschien wel 153.000 Christenen in Mesopotamië en Armenië werden gedood, en na 540.

 Onder deze omstandigheden (= vervolging, dreiging) is het wellicht begrijpelijk, dat er op een synode in 424 besloten werd, dat de Katholikos van het oosten, en niet de Patriarch van Antiochië, die een burger was van het Romeinse rijk, verantwoordelijk was voor alle zaken betreffende discipline en geloof binnen de Perzische Rijk. (De titel Patriarch werd overigens pas in 498 formeel door de Katholikos aangenomen). Het verlangen om zich van hun westerse medebroeders in het geloof te distantiëren, kan ook gedeeltelijk verklaring waarom men zo enthousiast was over de theologische leer van Theodorus van Mopsuestia (350-429), wiens geschriften in het westen verdacht geworden waren door de afzetting van zijn minder begaafde leerling Nestorius tijdens de concilie van Efeze in 431. ”

De Oost- Syrische kerk van Perzie raakte in de loop van de tijd bekend als,, ,, De (Syrische) Kerk van het Oosten” of “De Oost- Syrische kerk” of ,, De Kerk van Seleucia” of ,, De Kerk van Perzie”. Sinds 1976, na de moord op de patriarch Mar Isaiah Shamun, werd de naam van deze kerk veranderd in,, De Assyrische Apostolische Kerk van het oosten”.

Ongeachte de theologische verschillen; als het op de Aramese oorsprong van ons volk aankwam; waren de geleerden van beide kanten unaniem met elkaar eens en was geen discussie omtrent deze kwestie. Hieronder treft U aan de getuigenissen van deze geleerden:


(Het moge U bekend zijn dat in onze dagen de nationalistische/fanatici proberen met alle mogelijke middelen om onze goed gedocumenteerde erfgoed te vervalsen door te beweren dat het woord "Syrisch" een afkorting is van het woord "Assyrisch" en vandaar proberen ze alle Syrische denominaties, tegen hun wil, in tegenstrijd met de historische feiten en valselijk te bestempelen als "Assyriers". Neem alstublieft zorgvuldig kennis van de onderstaande getuigenissen van de briljante geleerden van de Syrische Kerk van Antiochië (West en Oost- Syrisch) die allemaal getuigen van de Aramese oorsprong van ons volk. Wanneer de Westerse geleerden in het verleden de werden van deze geschiedkundigen zorgvuldig hadden bestuurd; dan zouden ze zeer waarschijnlijk de mythische namen "Chaldeeërs" en "Assyriers" niet hebben uitgevonden waardoor ons volk werd gesplitst en tegen elkaar opgezet).

 

De briljante geleerden van de Syrische Kerk van Antiochië omtrent de oorsprong van het Aramese volk.

 

De geleerden van de Oost-Syrische (‘Nestorians’) kerk

(Sinds 1976 veranderd in: ‘De Assyrische Apostolische Katholieke Kerk ”)

The scholars of the West-Syrian  Church

 
  1. De kroniek van Arbela[1] : "En in unanimiteit, kozen ze allebei uit het hele volk Papa, de Arameeër, een slim en wijze man."

De eerste bisschop (= papa) van Seleucia- Ctesiphon was ingewijd in 291 na. Chr.

2. Simon Bar Sabbae ( 344), was bishop and the second catholicos of Seleucia-Ctesiphon after Papa. He was killed by King Shapur II. On the martyrdom of Simon Bar Sabbae and his companions we read[2]:

Simon Bar Sabbae ( 344), was bischop en de tweede Catholicos van Seleucia- Ctesiphon na Papa. Hij werd vermoord door koning Shapur II. Over de martelaarschap van Bar Sabbae en zijn metgezelen lezen we:

  1. "En vanuit Khuzestan [de vroegere Elam] schreef hij [Koning Shapur II] een verklaring aan de bestuurders van  Beth-Oromoye"
  2. "Deze (zaken) werden geschreven door koning Shapur [II; 309-379 AD] van Khuzestan aan de bestuurders van Beth-Oromoye."
  3. "Maar dat de verleider ook kwam naar [de stad van ] Mahuze, dat behoort tot Beth-Oromoye, en verleidde groot aantal van Joden."
  4. "Dan, opeens, een derde verklaring werd gestuurd door koning Shapur [II; 309-379 AD] vanuit Khuzestan en kwam tot de bestuurders van Beth-Oromoye."

Beth- Oromoye” = “Beth- Aramayais het gebied in de omgeving van de Oost- Aramese patroirachele zetel van Seleucia- Ctesiophon. Het is zeer pijnnlijk om te zien dat vanwege nationmalistische/fanatice redenen, de naam van de vroegere Oost- Syrische kerk is veranderd in "Assyrische Apostolische kerk van het Oosten". Zeer triestig!

3. Relatie tussen Isho Yahb en Koning Khosrau II Parvez.

In Syrisch (Aramese) tekst uit 7e eeuw, lezen wij over de relatie tussen de bisschop van Syrië, Isho Yahb, en de Perzische Koning Khosrau II. Parvez (590-628):

“Yeshu Yahb werd respectvol behandeld gedurende zij leven, door de koning zelf en zijn twee Christelijke vrouwen, Shirin de Aramese en Mary de Griekse”.

4. De Katholikos-Patriarch Timotheos I van de Oost-Syrische (Nestoriaanse) kerk (geboren in Hazza (Erbil), Irak, 9-1-823) schreef tot de Oost-Syrische bisschoppen over de bisschop Mor Yeshu'zkho:[4]

 Mor Yeshu'zkho de Aramese episcopos van (de stad) Seleucia…… 

Over de Katholicos-Patriarch Dodyeshu zegt dezelfde schrijver:

,, Dodyeshu ' de Arameeër…. 

Het verbazingwekkende feit is dat deze Patriarch van de Oost-Syrische kerk het woord,, Arameeërs gebruikt ter identificatie van ons volk van de (“Nestoriaanse) kerk van het Oosten, in plaats van het gebruikelijke woord “Syriërs” ter aanduiding van ons volk. 

Het is daarom buitengewoon triest om te zien, dat de naam van de Oost-Syrische (‘Nestoriaanse’) kerk sinds 1976 is veranderd in “Heilige Apostolische Katholieke Assyrische kerk van het oosten,” terwijl vele kerkvaders van deze gemeenschap van hun Aramese oorsprong getuigen. 

Over de beroemde bisschop Isaak de Syriër (of: Isaak van Nineveh ? 700) zegt hij:

,, Deze bruikbare Mimro (sermoen) van Isaak de Syriër is klaar, Zijn gebeden zij met ons.”

Patriarch Timoteus gebruikt het woord “Syriër” hetgeen duidelijk maakt dat voor deze geleerde het woord Syriër en Arameeër synoniemen zijn voor een en dezelfde volk.

5. Theodor Bar Koni, ( 845 in Syrië) was een van de 42ste martelaren van Amorion. In zijn boek “Scholion”zeght hij[5]:

Wij weten dat Abraham een Syriër was

6. De Oost-Syrische Bisschop Yeshu‘dad uit Haditha (Irak, 853) zegt in zijn boek “Het Licht der Wereld” [6]:

De Griekse vertaling [= Septuagint] noemt iedere Aram en Arameeërs ‘Syriër’. Als gevolg hiervan werd Aram de vader van de Syriërs. Om deze reden werden degenen, die in Mesopotamië leefden, Arameeërs genoemd.”

7. De Oost-Syrische Bisschop Bar Bahlul uit Bagdad (963), legt in zijn woordenboek de naam ‘Syrië’ als volgt uit[7]:

Voorheen werden de Syriërs ‘Arameeërs’ genoemd, maar toen ze onder heerschappij van (koning) Cyrus kwamen, werden ze Syriërs genoemd.” 

Bar Bahlul zou wellicht ontstemd zijn als hij geweten zou hebben, dat de naam van zijn kerk in 1976 in Katholieke Assyrische kerk van het Oosten veranderd zou worden.

8. Catholicos- Patriarch Elias I van Tirhan (1028-1049), ook wel genoemd Elias van Nisibis en Elias Bar Senaya, van de Oost-Syrische Nestoriaanse kerk  identificeert zichzelf in zijn Grammatica boek van het Syrische taal als een,, Syriër”. Hij zegt,, Maar wij, de Syriërs [8]

8.1 In zijn "Geschiedenis" de kroniek schrijft hij [8.1]:

"Abu Mansur Sa'id regeerde de gebieden van Beth Oromoye."

Over Al-Hajjaj zegt hij:

Al-Hajjaj gaf de opdracht zodat Christenen geen enkel kerkleider zullen inwijden en de kerk van het Aramese land bleef zonder overhead tot de dood van Hajjaj.

9. De oost-Syrische of de Oost-Aramese bisschop Solomon uit Basra zegt in zijn boek,, Het boek van de Bij” (geschreven in 1222):[9]

,, Sprekend over de tekst hetgeen was geschreven in Grieks, Hebreeuws en Latijn en geplaatst boven het hoofd van Christus; er was geen Aramees geschreven op de tablet; daar de Arameeërs of Syriërs geen deel hadden in (het vloeien) van Christus’ bloed; maar alleen Grieken, Hebreeërs en Romeinen; Herodes de Griek en Kajafas de Hebreeër en Pilatos de Romein. Vandaar, toen de Abgar de Aramese koning van Mesopotamië (hiervan) hoorde, werd hij toornig..........

 De oost-Aramese “Chaldese” schrijvers

10. De oost-Aramese “Chaldese” Patriarch Joseph (1681-1695) uit Diyarbekir (1683) schreef een liturgische boek getiteld,, De Heilige kerk van de Oost- Syriërs

11. Mor Touma Audo, geboren in Alqosh (Irak) in 1855 en werd vermoord in 1917; was de bisschop van Urmia (Iran) en een bekende woordenboekschrijver.

In zijn woordenboek “Schat van de Syrische Taal” (1897) zegt hij[11]:

  1. Het is bekend bij de geleerden dat de Syrische taal was in die tijd het gesproken taal van de bevolking die leefde in grote aantallen in het oosterse gebieden, dat is Syrië, Bethnarin, Assyrië en het land van Sinear en z’n omgeving

  2. Al deze gebieden werden genoemd Beth Aram (= Huis van Aram) door de Joden, zoals het wordt uitgelegd in het oude Testament.

  3. Omdat Aram, de zon van Sem, regeerde over hen (=gebieden) en bevolkte hen met zijn nakomelingen. Dat is de reden dat de Syrische taal in het oude Testament niet wordt genoemd; maar Aramees. Dat is de originele en de eerste  dat ons bekendmaakte….

  4. Het Chirstelijke leer bloeide eerst in dat deel van Beth Aram dat wordt genoemd Syrië, vooral door de Grieken, en voornamelijk floreerde in Antiochië, de moeder van alle steden, waar de discipelen voor het eerst Christenen werden genoemd.

  5. Al de mensen uit Beth Aram die Christenen werden, werden Syriërs genoemd.

12. Gevargis Abd- Ischo V, Patriarch van Babylon (1894-1899) zegt in een brief aan zijn bisschoppen[12]

,, De algemene brief aan de Syrische broeders die Nestorianen worden genoemd

13. Metropolit Aday Sher, geboren in 1867 in Saqlawa [Iraq] en vermoord in 1915 werd de bisschop van Se’ert [Turkije].

In zijn boek “Chaldo en Athur” schrijft hij[13]:

Zij (= Syriërs) werden Arameeërs genoemd vanwege hun relatie met Aram, de zoon van Sem, die zich in dit land vestigde het bevolkte met zijn nakomelingen”. 

13.1 Over Tur Abdin zegt hij 13.1]:

“De eerste bewoners van Tur Abdin ware Arameeërs, daar het hele berg Masios bewoonden… “

14. Ya‘qob Avgin (= Eugene) Manna (1867-1928) geboren in Beth Qopa (Irak) was de bisschop van Basra (Irak) en schreef vele boeken en een woordenboek Aramees- Arabisch. In zijn boek “Mooi Tuinen” [14] zegt hij:

Alle Oost en West Syriërs werden Arameeërs genoemd; dat wil zeggen de kinderen van Aram”.

14.1 In zijn Aramees- Arabisch woordenboek zegt hij [14.1]:

  1.  “Het volk van Babylon en Assur, die Arameeërs zijn. De landen van Babylon en Assur werden altijd Beth Aramaye, genoemd, dat betekent het land van de Arameeërs

  2. De Syriërs, hetzij uit het Oost of uit het Westen, werden in vroegere tijden in het algemeen geen Syriërs genoemd; maar Arameeërs als volgelingen van hun stamvader Aram, de zoon van Sem; de zoon van Noach. De naam ‘Syrisch’ dateert uit rond 400 of 500 v. Chr.

  3. “De term Syriërs werd ingevoerd door de Oost- Arameeërs (Chaldeeërs en Assyriërs) na Christus door de Apostelen die deze gebieden hadden gekertend.

14.1 Hanna Aydin citeert Manna en zegt [14.2]:

  1. De mensen van Babylon en Assur; zijn Arameeërs zijn. De landen van Babylon en Assur werden altijd Beth Aramaye genoemd, dat betekent het land van de Arameeërs

  2. De verfrissende weiland/grasland van het literatuur van de Arameeërs.

  3. De gids van het Aramese Chaldese taal.

  4. De rite van het mysterie van het heilige doop volgens het gebruik van de heilige kerk van de Oost-Syrische Chaldeeërs

  5. Het liturgische boek van de speciale dagen van het hele jaar volgens het gebruik van de heilige kerk van de Oost-Syriërs Chaldeeërs


Voetnoten

[1] The Chronicle of Arbela, translated by Peter KAWERAU, english translation by Timothy KRÓLL LOVANII IN ÆDIBUS E. PEETERS 1985 p.26

[2] Syriac Manuscripts from the Vatican Library; Volume 1, VatSyr. 161, number 3. Martyrdom of St. Simeon (Symeon bar Sabba‘e), Bishop of Seleucia and Ctesiphon, and his companions. Fol. 20a. p.40, 46, 48

[4] Hanna Aydin, Die Syrisch- Orthodoxe Kirche von Antiochien, Ein geschichtlicher Uberblick” Bar Hebrraus Verlag Glane- Losser 1990, p.33-35.

[5] His book "Scholion", printed in 1910 in Paris, p. 113

[6] His book "The light of the world", printed in Louvian, Belgium in 1950, page 16

[7] R. Duval (ed.), Lexicon Syriacum, Paris, 1888-1901, under "Suryoyo"

[8] see [4]

[8.1] Elie, Enque de nisibe chronologie, p.142

[9] The Book of the Bee, edited and translated by Earnest A. Wallis Budge, M. A. [Oxford, the Clarendon Press] 1886, chapt. XXIII, p. 38, 99

[10] see [4]

[11] Treasure of the Syriac Language by Thomas Audo Metropolitan of Urmia, Part I-II. ND Verlag Bar Hebräus, Losser-Holland 1985, preface

[12] see [4]

[13] Sa Grandeur Mgr. Addai Scher, De La Chaldee Et De L’assyrie Vol. 2, (Imprimerie Catholique, Beyrouht, 1913), 5

[13.1] Quoted by bishop Julius Cicek in his introduction of Suleyman Hinno's "Gunhe d-Suryoye d-Tur Abdin", Bar Hebräus-Verlag, 1987

[14] Asmar Al-Khoury: History of the Syriac people in Beth Nahrin, part I, Sweden 1988

[14.1] Bishop J.E. Manna, Chaldean-Arabic Dictionary, Babel Center Publications. Beirut 1915, p. 11-21

[14.2] see [4]

1.  St. Afrem the Syrian ( 373), the Harp of the Holy Spirit, the famous Church father of the Syrian Church of Antioch, says about the famous Bar Dayson (154- 222 A.D) of Edessa,, Bar Dayson the Aramean Philosopher [1]

1.1 Hij spreekt van Aram-Nahrin (= Mesopotamie) als ` Onze land" op diverse plaatsen[1.1]

1.2 In zijn verhandeling tegen de beroemde filosoof Bardaison uit Edessa (Urfa) schrijft hij[1.2]:

  1. "Maar de filosoof van de Arameeërs maakte zichzelf mikpunt van spot onder de Arameeërs en Grieken.
  2. Omdat ‘licht’ in de Aramese taal wordt als mannelijk genoemd, en ‘oog’ vrouwelijk”
  3. "Hij, Bardaison, noemt de mana vrouwelijk in de Aramese taal” "

1.3 In een andere verhandeling tegen Mani zegt hij: [1.3]

.. en daar eindigde de constructie van de Aramese filosoof”

1.4 Over Jezus en de genezing van de dochter van de Kanaanese vrouw zegt hij in zijn verzoek tot de Heer [1.4]:

Dokter die in barmhartigheid het meisje genas die een dochter van de Arameeërs is; genees onze zielen”

2. De geleerde Jacob van Serugh (Sürüç,, Turkije, 512) omschrijft St. Afrem de Syriër( 373) in een hymne ter verering van de Aramese natie tegenover de Griekse en zegt[2]:

  1.  “Deze Afrem werd de kroon van glorie voor alle Arameeërs en door hem naderden zij de geestelijke glorie. Hij die een groot redenaar was onder de Syriërs.”

  2. “Hij die de Syriërs overal heeft verhoogd, en vandaar hebben wij van hem geleerd om de Heer te bezingen met zoetige zangen”.

  3. “Hij die verrukkelijk in z’n geest staarde over de grote Mozes, en na het voorbeeld van de Hebreeuwse vrouwen, leerde hij de Aramese vrouwen om te prijzen met hun Madrashe”.

2.1 In zijn homilie over Aday en koning Abgar schrijft hij[2.1]:

  1. "[De Patriarch] Jacob  en [de apostle] Aday werden gezonden naar Aram-Nahrin, zodat zij zowel het nieuwe als het oude testament zouden vervullen ."
  2. "Aday zelf kwam ook naar het land Bet- oromoye, zodat deze symbolen opgetekend door Jacob door hem zouden worden vervuld. En zodoende opende in  Urhoy een groot fontijn van levende wateren"

2.2 In zijn homilie over Urhoy en Jeruzalem (zegt hij): [2.2]

"De donkerheid van de wereld en zwartheid van Abgar, de zoon van de Arameeërs, de wereld van donkerheid werd licht door Abgar in Christus"

2.3 Over Edessa (SanliUrfa) zegt hij [2.3]:

"De dochter van de Arameeërs, ofschoon terughoudend, hoorde zijn leer".

2.4 In de homilie over “Guria en Shamuna”, de martelaren uit de omgeving van Edessa (Urfa) zegt hij [2.4]:

"Twee kostbare Parels, die een sieraad vormden voor de bruid van mijn heer Abgar, de zoon van Arameeërs ,

3. Philoxenos van Mabugh, geboren in het midden van de 6e eeuw in Tahal in de provincie van Beth Garmai en overleed op 10 December in Philippopolis in Thrachie, was een van de grootste kerkvaders. Hij studeerde samen met St. Jacob van Sarug in Edessa en in het klooster Mor Gabriel in Tur Abdin.

In een van zijn schriften zegt hij[3]:

"De term roeren of mengen wordt in de meeste boeken geschreven door onze kerkelijke vaders,  ongeacht of ze Arameeërs of Grieks zijn".

4. Johannes van Beth Rufina, priester in Antiochië en discipel van de grote anti- Chalcedonianse leider Petrus de Iberian (417-491), schrijft over het leven van St. Abhai, de bisschop van Nicea[4]:

  • 1. "In beide geleerde scholiastischme waren ze onderwezen, in het Aramees dat ook Syrisch wordt genoemd en in Grieks dat wordt Roemeins genoemd"
  • 2. "In die tijd leerden ze om de wetenschap voort te zetten in deze verklarende Aramees, dat wil zeggen Syrisch".
  • 3. "Na de vloed in de dagen van Noach, de bewoonden Arameeërs  Beth Nahrin".
  • 4. "Vele van de kinderen van Aram waren onderwezen in Griekse taal"

Zijne Heiligheid Patriarch Michael de Groot reviseerde het levensverhaal van St. Abhai in 1185.

5. De 6e eeuwse historicus en bisschop Simon van Beth Arsham, dat was gelegen in Seleucia- Ctesiphon, was een beroemde man die discipelen maakte en drie grote en beroemde mannen onder Magiers doopte, zegt in een brief omtrent Barsauwmo en de ketterijen van de Nestorianen [5]:

"In de dagen van de Katholikos Babai de ketterijen van de discipelen van Paulus van Samosata en Diodorus uit Tarsus staken de kop op in het land  van Beth Oromoye".

6. St. Jacob van Edessa (Turkije, Urfa, 708 ) zegt over ons volk:[6]

 Het is op deze manier, dat wij Arameeërs, dat wil zeggen Syriërs…”

6.1 Over de Syrische taal schrijft hij in zijn book "De zes dagen" :[6.1]

"De Syrische taal, dat is het Aramees".

7. De anonieme (schrijver) van Zuqnin, dichtbij Amid [Turkije] schrijft in zijn Syrische wereld kroniek van ca. 775 na. Chr. over het jaar 504-505 :[7]

"Het jaar achthonderd en zestien: De Romeinen richtten een ravage aan in het hele Perzische territorium van Nisibin tot aan de grenzen van Beth Aramaye, moorden, vernietigen, gevangen nemen en plunderen".

7.1 Over de misleider verschenen in het Westen en verleidde en doodde velen onder de Joden: [7.1]

"Hij ging naar het binnenland van Beth Aramaye, dat was onderdompelt in alle soort kwaden van toverij en wijdde zich in toverij en alle soorten duivelse trucjes"

7.2 In relatie to Jazira (Tigris?), de term refereert aan de boven Mesopotamie van Oesroen in het Westen tot de berg Sinjar in het Oosten, die het land van de Syrisch sprekende Christenen is :[7.2]

"... het land die de taal spraak van de kinderen van Aram"

7.3 Over Moslim Arabieren die met Christelijke vrouwen trouwden: [7.3]

"Voor wat de mensen die (een Syrische) vrouwen trouwden, Syrische kinderen verwekten, en vermengde met de Syriërs en van wie niemand in staat was om te onderscheiden van de Arameeërs,  kwam hij snel over hen te weten".

8. Patriarch Dionysius (845) van Tellmahre, dichtbij ar-Raqqa bij de Balikh Rivier,  schrijft in zijn kroniek:[8]

"Figuurlijk noemen iedereen 'Syriërs' die Aramees spreken, zowel ten westen alsmede ten oosten van Eufraat, vanaf de Middlelandse zee tot aan Perzie... Urhoy (= Urfa) is de thuisland van van de Syrisch- Aramese taal.'

9. De monnik Anton uit Tagrit (Irak, 840-850) over Wafa de Arameeër:[9]  “Het vijfde kwartet van de poëzie is gewoonlijk gecomponeerd uit zes of zeven strofen, waarvan het nummer soms toe- of afneemt. Dit kwartet behoort tot een man genaamd Wafa, een Aramese filosoof.

10. Mozes Bar Kepha (Bar Keepho), een geroemde bisschop en schrijver, geboren in Balad (dichtbij Tigris) in 813 en overleden in 903, zegt in zijn boek "De Zes Dagen": [10]

"Mor Philoxinos zei ook dat de vertaling van de Bijbel word genoemd "De Simpele (Peshitta)", hetgeen was vertaald in ons Aramese taal door Agolas en Soomkhos"

11. Dionoysius Bar Salibi de bisschop van Amida (Diyarbakir, Turkije 1171), ook wel “de ster van de 12e eeuw” genoemd, zegt in zijn polemiek Tegen de Armeniërs”: “De Armeniërs zeggen: ‘Van wie zijn jullie afkomstig – jullie die van oorsprong Syriërs zijn?’ Tegen hen zeggen we: ‘U weet zelf niet van wie u afkomstig bent. Het zijn wij (de Syriërs), die uw schrijvers hebben onderwezen (verlicht) en hen hebben geopenbaard, dat u afkomstig bent van Togarma… Wat ons Syriërs betreft, wij zijn nakomelingen van Sem en onze vader is Aram, de zoon van Kemuel, en vanwege deze naam ‘Aram’ worden we soms in de boeken ook wel Arameeërs genoemd’.

11.1 Tegen de Melkiten zegt hij in zijn boek "Discussies": [11.1]

  • 1. "Zelfs de naam "Syrisch", die U van ons hebt overgenomen, is hoger, omdat deze naam is afgeleid van "Suros", die in Antiochië regeerde en na hem het land Syrië is genoemd, zoals Uw nationale naam afgeleid is van de heidens 'Yawan'
  • 2. "Als Yawan, de vader van de Grieken, was geboren vóór Aram onze vader, daar zou een reden kunnen zijn voor discussie.... "
  • 3. "Omdat we Syriërs de kinderen van Aram zijn ......"
  • 4. "Wij laten zien dat onze naam meer waardig is dan de Uwe..."

12. Patriarch Michaël de Grote uit Militene (Turkije, Malatya, 1199) zegt:[12]

De kinderen van Sem zijn ..... de Chaldeeërs, de Ludiërs en de Arameeërs welke de Syriërs zijn, de Hebreeërs en de Perzen.”  

Dezelfde schrijver zegt over de Mesopotamische geschiedenis:[12]

De koninkrijken, die in de oudheid zijn gevestigd door ons ras, de Arameeërs, namelijk de nakomelingen van Aram, en Syriërs werden genoemd….” 

Deze grote geleerde uit de 12e eeuw beschouwt de hele Mesopotamische geschiedenis als een deel van de Aramese geschiedenis. 

12.2 Over Mani zegt hij: [12.2]

"Hij stuurde uit diegenen die met Adai waren om te preken in Beth Aramaye"

Omtrent de vervolging van de Christenen in Perzie in 339-379 zegt hij:

".. De 40 jaren onafgebroken vervolging in het land van de Arameeërs"

13. De bekende West- Aramese Syrisch Orthodoxe Mafriaan en geleerde Barhebreaus uit Militene (Malatya, Turkije, 1286) -moderne wetenschappers noemen hem ook wel “de bibliotheek uit de 13e eeuw vanwege zijn ontzagwekkende werken, zegt over de Syrisch- Aramese natie: [13]

"U heeft mij niet gecorrumpeerd in de barbaarse, heidense astrologie, maar U heeft mij gebracht naar de elegante Aramese- Syrische natie"

13.1 In zijn boek over komische verhalen, zegt hij: [13.1]

"... laat dit boek een religieuze vriend zijn voor de lezer, of het nu Moslim, Hebreeër of Arameeër of een man behorend tot een vreemd land.'

13.2 In zijn commentaar op Genesis 10:22 zegt hij:[13.2] … en zijn [Sem] zonen (zijn) de Assyriërs, de Chaldeeërs, de Ludiërs, de Syriërs, de Hebreeërs (en) de Perzen.”

Het is uiterst merkwaardig, dat hij hier spreekt van ‘Syriërs’ en niet van ‘Arameeërs’, hetgeen aangeeft, dat de synonymie tussen ‘Arameeërs’ en ‘Syriërs’ welbekend was bij deze kerkvader. Er was simpelweg geen discussie omtrent deze synonymie. 


Voetnoten

[1] (C.W. Mitchell, S. Ephraim's Prose Refutations of Mani, Marcion and Bardaisan (2 vols.; London & Oxford: Williams & Norgate, 1912 & 1921), vol. II, p. 225)

[1.1] (See Sidney H. Griffith, "Julian Saba, `Father of the Monks' of Syria," Journal of Early Christian Studies 2 (1994), esp. pp. 201-203)

[1.2] (C.W. Mitchell, S. Ephraim's Prose Refutations of Mani, Marcion and Bardaisan (2 vols.; London & Oxford: Williams & Norgate, 1912 & 1921), vol. II, p. 225.

See O. G. von Wessendonk, "Bardesanes and Mani," Acta Orientalia 10 (1932), pp. 336-363)

[1.4] See Priest Joseph Demir, Pentiqotho, 1981 Heilbronn, p. 202

[2] See Joseph P. Amar, A Metrical Homily on Holy Mar Ephrem by Mar Jacob of Sarug (Patrologia Orientalis, vol. 47, fasc., 1, no. 209; Turnhout: Brepols, 1995), #48, pp. 37ff.

[2.1] Syriac Manuscripts from the Vatican Library: Volume 1, VatSyr. 117 number 108. On Addai the Apostle and Abgar the King of Edessa. Fol. 268a, p. 537

[2.2] Words, Texts And Concepts Cruising The Mediterranean Sea: Studies On The Sources, Contents And Influences Of Islamic Civilization And Arabic Philosophy And Science : Dedicated To Gerhard Endress On His Sixty Peter Bruns' Ein Memra des Jakob von Serug Auf Edessa und Jerusalem, p. 546

[2.3] see [2.2]  p. 549

[2.4] Text tr. A. Roberts and J. Donaldson (eds.), Ante-Nicene Fathers, vol. 8 (1886);

See Syriac Manuscripts from the Vatican Library: Volume 1, VatSyr. 117, number 224:On Shmona and Gurya. Fol. 551a, p. 1099

[4] Syriac Manuscripts from the Vatican Library; Volume 1, VatSyr 37: Life of St. Abhai, Bishop of Nicea. Fol. 144b (156b), p. 314, 315

[5] Syriac Manuscripts from the Vatican Library; Volume 1, VatSyr 135, number 6: A letter by Bishop Simeon of Beth Arsham concerning Barsauma and the heresies of the Nestorians. Fol. 24a , p. 56

[6] Saint James of Edessa his "History", p. 293
[7] The Chronicle of Zuqnin, Parts III and IV, english translation by Amir Harrak [Toronto, 1999], p. 41

[7.1] see [7], p. 163

[7.2] see [7] p. 225

[7.2] see [7] p. 226

[8] Chabot Edition, Mar Michael the Great his "History" about Patriarch Mar Dionyius Telemheery , page 522-524

[9] Monk Anton of Tigrit "The knowledge of Eloqeunce", Chapter 5

[10] The Bishop Moses Bar Kepha: "The Six Days", First article, Chapter 44, Chapter 45, 2e article, Chapter 45

[11] A. Mingana, The work of Dionysius Bar Salibi against the Armenians, in Woodbrooke Studies, Vol.4, (Cambridge, 1931) p. 54

[11.1] A. Mingana, A Treatise of Bar Salibi Against the Melchites (Cambridge, 1931), p. 57

[12] Syriac text of Chabot edition, published in Paris 1899-1918, p. 3

[12.1] see [12], p. 23

[12.2] see [12], p. 748

[13] Bar Hebraeus, The book of the Rays, by the Syriac Federation of Sweden, 1983, preface

[13.1] Bar Hebraeus, The Laughable Stories, written off by Bishop Julius Cicek, Verlag Bar Hebräus, Losser-Holland 1984, preface

[13.2] World Chronicle of Bar Hebraeus, written off by Malphono Barsaumo Dogan, Verlag Bar Hebräus. Losser-Holland 1987, p. 5

 

De leeuw en de Vos

Al de bovenvermelde geleerden getuigen van hun Aramese/Syrische (= Suryoye) oorsprong. Desondanks heb je vandaag de dag sommige mensen die proberen, in de navolging van de mythen en legenden uitgevonden door de westerse missionarissen, om de culturele origine van ons volk te ontkennen of te vervormen door het verspreiden van een behoorlijke hoeveelheid desinformatie. Dergelijke gedrag kan het best worden beschreven door een Aramese spreekwoord (uit Tur Abdin) die luidt als volgt,, Het Fundament gelegd door de Leeuwen is veranderd in chaos (anarchie) door de vossen

Externe bewijzen

In de 3e eeuw voor Christus werd de Hebreeuwse Bijbel (Oude Testament) vertaald naar het Grieks. Deze vertaling werd “Septuagint” (afgekort “LXX”) genoemd. In de Septuagint werden de termen “Aram”, “Arameeërs”, “Aramees” en “Aram-Naharaïm” vertaald met “Syrië”, “Syriërs”, “Syrisch” en “Mesopotamië”. 
In het Bijbelboek 2 Koningen 5:1-19 wordt bijvoorbeeld gesproken over de genezing van generaal Naäman de Arameeër. De genezing van Naäman wordt door Jezus Christus als voorbeeld aangehaald in Lukas 4:27 waar Hij spreekt van Naäman de Syriër.

Deze synonymie was ook bekend bij de Griekse historicus Posidonius (150 v.Chr.) die zegt,, Het volk dat wij (Grieken) Syriërs noemen, wordt door de Syriërs zelf Arameeërs genoemd, omdat de mensen in Syrië Arameeërs zijn. Dit wordt herhaald door de Griekse historici Posidonius (2e eeuw voor Chr.), Strabo (Ca. 63 voor Chr.), de Joodse historicus Flavius Josephus (1e eeuw na Chr.) en anderen die allemaal getuigen van het feit, dat het volk dat door de Grieken Syriërs werd genoemd, zich Arameeërs noemde.